|

Inspelen: individueel rally
spelen fh aan fh -kant en bh aan de bh -kant waarbij bal in
de s. box moet stuiten.
SO. 1 (1/2 open opdracht):
Speel een rally met de fh aan de muur, waarbij S1 de “good-guy”
is die elke bal steeds alleen lengte aan de muur mag slaan en
die probeert om de bal in s.box te laten stuiten. De bad-guy
(S2) mag kiezen tussen een fh aan de muur of een fh crosscourt.
Na een crosscourt gaat de rally verder aan de bh kant totdat
BG weer voor een cross kiest.
OV.1:A1 speelt de bal aan net
voor de s.box
S. speelt de eerste bal a/d muur en de volgende
bal crosscourt naar de andere kant
A2. doet hetzelfde aan de bh kant
OV.2:idem, nu 1ste bal diep
aanspelen waarop S. lengte moet spelen, daarna een kortere bal
waarop bal crosscourt moet. Dan bh-kant idem.
OSV.1:: er worden afwisselend
korte en diepe ballen aangespeeld en S moet spelen;
diepe bal =lengte, korte bal =crosscourt
OSV.2: : idem SO1
OSV.3: : dezelfde spelvorm
als OSV.2 , maar nu mogen beide spelers kiezen om crosscourt
te spelen en vervolgens wordt de rally uitgespeeld met het doel
deze te winnen.
ES: wedstrijdjes volgens move-up/move-down
systeem met wisselende tijdsduur o.l.v. een actieve scheidsrechter
met gebruik belangrijkste regels.

|